Maandagconcert // Glenn Jones & Liam Grant
Glenn Jones:
Voor het eerst bekend geworden door zijn meeslepende carrière bij de genre-tartende rockgroep ‘Cul De Sac’ — een band waarvan je vergeten was dat ze vaker met Damo Suzuki speelden dan Can zelf — is Glenn Jones uitgegroeid tot een van de voornaamste American Primitive-gitaristen van het begin van de 21e eeuw. Zijn levenslange verbondenheid met de underground heeft ons, beste lezer, tien alom geprezen solo-lp’s geschonken, en zijn benadering van fingerstyle blijft uniek en eigenzinnig.
In de loop van tweeënhalf decennium als soloartiest heeft Jones een diep persoonlijke melodische grammatica voor akoestische gitaar en banjo ontwikkeld en voortdurend vernieuwd: geestig, slim zelfrefererend en verankerd in het gewicht van reflectie en herinnering.
Schetsen van Fahey, een hechte vriendschap met de inmiddels overleden John Jackson uit Fairfax, Virginia, een eerste reis om 78-toeren-goeroe Joe Bussard te bezoeken, samen met ene Jack Rose; toewijding aan zijn moeder, de immer lieftallige Nora Smith in haar leren jas, en aan zijn katten. Portretten van vervlogen dagen, gevoelens voor hen die dichtbij waren en met genegenheid worden herinnerd. Altijd vluchtig. Altijd subliem.
Hier is een vitale boodschapper van de staalsnarige gitaar, die we in zijn eigen tijd kunnen vieren — hier en nu.
Liam Grant (MA):
Liam Grant is een gitarist en improvisator uit New England, gesneden uit hetzelfde American Primitive-hout. Zijn rusteloze gitaarverkenningen, modale epen en voortstuwende uptempo-rags roepen herinneringen op aan Grants leermeesterlijke voorbeelden bij Takoma Records en aan het pad dat werd geëffend door zijn voorgangers John Fahey, Robbie Basho, Peter Walker, Max Ochs en later Glenn Jones, Steffen Basho-Junghans, Jack Rose en anderen.
Als brug naar dat verleden roept Grant de essentie op van het landschap waarin hij opgroeide. Instrumentale memoires en overpeinzingen aan de oevers van de Merrimack River. Amoskeag. En de plek waar het water eromheen stroomt. Zalm die stroomopwaarts trekt, de uittocht naar Stratton-Eustis en de laatste nacht aan de Dead River vóór de grote overstroming.